Paasvuren zijn ‘vuurfeesten’ met veel volk
Pasen is, in tegenstelling tot Kerstmis,
een feest dat niet ‘vast’ op de kalender ligt. Iedereen praat over een vroege of
late Pasen. Toch wist 50,7% van de bevolking in 1997 niet te zeggen wat de
christelijke betekenis was - wat er met Pasen wordt herdacht. Beter bekend waren
de oude tradities: neuten schait’n, eieren verven en eten en naar het
paasvuur gaan.
Met de paasdagen trekken graag geziene
rookwolken over de velden en verlicht een vuurgloed of vonkenregen de
landerijen. Er komen duizenden mensen op af, want paasvuren trekken sinds
mensenheugenis altijd veel volk. Paasvuren branden in de oostelijke helft van
Nederland, maar maken deel uit van een groter Europees paasvuurgebied. De
westgrens ligt nu ongeveer van Helgoland en Schleswig-Holstein over Westeremden,
Tolbert en Midwolde door de Friese Stellingwerven naar de Kop van Overijssel.
Vandaar verder langs de oude Zuiderzeekust, dwars de Veluwe over naar het
zuidoosten, waar nog wat paasvuren zijn bij Nijmegen en eentje in de Peel.
Verder Duitsland in zijn paasvuren aan te treffen tot aan de Poolse grens en
onder in Beieren. Ook in Oostenrijk bestaan paasvuren, net als op Kreta. In
Texas brandt een paasvuur in een gebied waar veel Duitse landverhuizers
gevestigd zijn. Eind 19de eeuw namen ze hun paasvuurtraditie mee naar
de Nieuwe Wereld. Het tekent het belang, dat men hecht aan dit oude gebruik. Hoé
oud weet niemand, maar vuurfeesten zijn al bekend uit de Romeinse tijd. De
eigenlijke paasvuren in West-Europa zijn pas in de 16de en 17de
eeuw beschreven. Toch een aardig oude culturele traditie onderhand….
Feestelijk jaarvuur
Het hoort allemaal bij de feestelijke
jaarvuren. Het paasvuur geldt als lentevuur, dat de zon moest aanmoedigen en dat
de vruchtbaarheid van de velden bevorderde. Waar de rook en de vuurgloed de
landerijen bestreek, moest het goed gaan. Zo wordt het althans verteld. Het
opstoken na de winter van oud of kapot gerei op de boerderij zal ook mooi van
pas gekomen zijn. Echt opgeschreven is het niet. Het verklaart wel het oude
gebruik om bij voorkeur op een hoge plek een paasvuur te bouwen. Zo kwamen
veldnamen als Paasheuvel, Paasberg of ‘Osterberg’ in de wereld. In Lügde
(Weserbergland) dondert men een metershoog eikenhout rad van de helling af. De
brandende vulling sproeit in het donker op spookachtige wijze vonken rond. Daar
wordt de opbrengst van het land beter van. Vroeger wellicht voor de boeren, nu
dient dit gebruik het toerisme. Tienduizenden mensen komen er op af. De hele
stad met ‘Ackerbürger’ vaart er wel bij.
Hoewel de paasvuren een typisch
plaatselijke traditie zijn, gemaakt door en voor de eigen bevolking, is iedereen
welkom. Als er voor een paasvuur ineens entreegeld betaald moet worden (zoals op
de Woolderes in 2005), keren mensen kwaad weer om. Paasvuren zijn zeer sociale
aangelegenheden. In 1993 is dat wetenschappelijk ‘bewezen’ door Ton Dekker van
het Meertensinstituut. Zijn constatering “Paasvuren zijn een veranderlijke
traditie tussen toerisme en lokale identiteit”, geeft ook de kracht van dit
gebruik aan. Paastoeristen komen zich hier vergapen aan de paasvuren en
omlijstende feestelijkheden, terwijl in sommige regio’s paasbultbouwers fanatiek
een onderlinge competitie aangaan wie de mooiste, de hoogste of de beste ‘met
hand gebouwde’ houtstapel heeft. Ondanks tegenslagen handhaven de paasvuren zich
als lokale traditie, als ‘levend erfgoed’. In de 16de eeuw mocht het
niet van het nieuwe geloof, in de 17de eeuw vanwege ‘drinkgelagen en
uitspattingen’ en in de 20ste eeuw waren ze mikpunt van de
milieuridders. Niet helemaal ten onrechte, want het gebruik was ontaard in een
soort openbare vuilverbranding. Door een strakke regelgeving met een betere
organisatie en voorlichting kon een absoluut verbod voorkomen worden. Ook recent
kregen de paasvuurverboden tijdens MKZ-periode in 2001 en de droogte van 2003 de
traditie niet kapot. Paasvuren branden weer. U herkent ze van verre aan de
rookkolom en de vuurgloed.
Paasvuren branden op verschillende dagen
De Noordelijke paasvuren zijn op de avond
van de Tweede paasdag. In Overijssel, Gelderland en Noord-Brabant worden ze op
de Eerste paasdag ontstoken. In Duitsland branden ze op paaszaterdag. De
plaatsen Tubbergen en Langeveen vormen de noordgrens van het branden op Eerste
paasdag. In Hardenberg is het paasvuur al op Tweede paasdag. Hoewel: in
Oldeberkoop, Coevorden, Dalen en Klazinaveen branden de paasvuren op Eerste
paasdag. De Geref. Kerk te Kollumerzwaag heeft haar paasvuur op de avond van
paaszaterdag.
Paasvuren zijn bij uitstek een plaatselijke
aangelegenheid. Het gaat er overal anders aan toe. Er zijn kleine houtstapels
van een buurtschap, maar elders bouwt men reuzenvuren. Het wereldrecord staat
sinds 1987 op naam van Espelo (bij Holten). Hun ‘poasboake’ was 27 meter hoog en
had een volume van 4.600 kuub hout. In Twente en de Achterhoek werken veel
jeugdgroepen en plattelandsjongeren mee. Bij die paasvuren staan dus de feest-
en biertenten met live-muziek, tot in de kleine uren. Minder wild is het bij
paasvuren van een kerkelijk jongerenkoor of een speeltuinvereniging. In Drenthe
en Groningen zijn ook jongeren actief, maar vooral (met) buurtverenigingen, Ver.
Dorpsbelangen, Plaatselijk belang, Oranjecomité, feest- of paasvuurcommissie,
st. Volksvermaken of st. Festiviteiten. In Duitsland zie je geregeld de lokale
vrijwillige brandweer de paasvuren bouwen, branden en de asresten later
opruimen. Verder zijn sportverenigingen bij de oosterburen vaker als
paasvuurbouwer actief dan bij ons.
Het ontsteken van het paasvuur is een
erezaak. Dat kan gebeuren door kinderen met een fakkel, door de oudste uit de
buurt of door de burgemeester. Ook een pastor, de pastoor of leden van
kerkeraad, parochiebestuur of een bijzondere gast vallen deze eer te beurt. Nu
het beschikbaar stellen van grond voor een paasvuur – meer dan voorheen -
belangrijker wordt, zie je ook dat de burgemeester samen met de grondeigenaar
het paasvuur aansteken.
In bepaalde gevallen wordt het paasvuur
ontstoken met een fakkel, aangestoken aan de paaskaars in de kerk. Elders gaat
gewoon de gasbrander erlangs… maar een vat afgewerkte olie en rubberbanden zijn
echt verleden tijd. Goede ‘poasboak’- bouwers kennen de geheimen om hun
houtstapel goed te laten branden. Paasvuren worden ‘tegen tweeduuster’
aangestoken. Al eeuwenlang.
Jan Tuttel
(2 april 2005)
(bewerking van
een artikel, dat op paaszaterdag 2005 is gepubliceerd in het Dagblad van het
Noorden).
|