|
PAASVUREN BLIJVEN
LEVENDE TRADITIE IN NOORD- EN OOSTNEDERLAND
Van oudsher branden met
Pasen de paasvuren in het noorden en oosten van Nederland. Dit soort (meestal)
openbare en sociale houtvuren maakt deel uit van het stelsel van 'jaarvuren' in
Europa.
In heel Europa worden op hoogtijdagen in diverse seizoenen vuren gebrand, die
naar het tijdstip van ontsteken hun naam kregen. Naast de paasvuren zijn de
vuren met de vasten, de meivuren, de Sint Jans- of midzomervuren en de Sint
Maartensvuren de bekendste jaarvuren. Opmerkelijk is dat elk type jaarvuur zijn
eigen verspreidingsgebied heeft.
Volgens de kaart in de Europese Atlas is er vrij weinig overlap tussen de
verschillende tradities. Het paasvuurgebied van Nederland sluit aan bij het
grotere areaal in Duitsland en Denemarken.
Over de rol en de
oorsprong van deze vreugdevuren en 'rituele' vruchtbaarheidsvuren gaan we nu
niet nader in. Paasvuren zijn al heel lang bekend. Ze liggen ook geregeld 'onder
vuur' van bestrijders.
In het midden van de
17de eeuw klaagden dominees over "de ongeregeldheit der schandelicke ende
ergerlicke paeschvuyren". Eind 20ste eeuw veroordeelden milieugroepen het oude
gebruik opnieuw: "Desondanks blijft een paasvuur een vervuilende bezigheid".
De regels voor paasvuren zijn in de loop der tijden verder aangescherpt. Op
sommige plaatsen is een stringent verbod uitgevaardigd, waardoor lokaal de
paasvuurtraditie om zeep is geholpen. In de 'paasvuurregio' van Nederland
klonken hiertegen ook protesten op. Deze ontwikkeling leidde tot de vraag waar
bij de eeuwwisseling paasvuren bestaan, die met vergunning (dan wel ontheffing
van het verbod) van de gemeente gebrand worden.
In 1999 is daarom een paasvuren-enquête gehouden onder de gemeenten van de
provincies Groningen, Drenthe, Overijssel en Gelderland. De vragenlijst is
eveneens naar een gemeente in de Friese Stellingwerven gezonden.
Onderzoek paasvuurgebied
De respons van alle gemeenten was bijna 80%. Het onderzoeksmateriaal komt uit
125 gemeenten, aangevuld met correspondentie over paasvuren uit 1998 en 1999.
Vrijwel alle paasvuurmeldingen in de regionale dagbladen Tubantia/Twentse
Courant, Drentse Courant, Groninger Dagblad, Nieuwsblad van het Noorden en de
Gelderlander zijn verzameld, plus alles wat onder de zoekwoorden 'paasvuur;
paasvuren; paasbult; poasboaken' gedurende de periode mei-december 1999 op
internet te vinden was. Vergelijkenderwijs is gekeken naar eerdere
inventarisaties in Twente, de Achterhoek en Drenthe (Hans Colpa 1992-1993; Jan
Tuttel 1993).
In 1999 hebben zo'n
750-800 'officiële' paasvuren gebrand in Groningen, Drenthe, Stellingwerfs
Friesland, Overijssel en Gelderland. Het exacte aantal is niet te bepalen
vanwege verschillen in interpretatie (wanneer geldt een houtvuurtje met Pasen
als een 'echt' paasvuur?) en verschillen in registratie en regelgeving per
gemeente.
Van gemeenten die niet reageerden -waar wel paasvuren waren- zijn gegevens uit
andere bronnen verkregen, of is een voorzichtige schatting gemaakt op basis van
de 1992-1993 gegevens.
Het paasvuurgebied in
Nederland lijkt aardig stabiel , hoewel er 'gaten' vallen en de omvang in de
laatste decennia iets afgenomen is.
Het noordelijkste paasvuur in Groningen lag bij Kloosterburen, iets zuidelijker
ondersteund door de vuren te Warfhuizen (net als Kloosterburen, gemeente De
Marne), Westeremden en Oosterwijtwerd (beiden gemeente Loppersum). De westelijke
grens ligt in de gemeente Zuidhorn (Oldehove, Niehove, Noordhorn) en loopt
omlaag naar Midwolde (gemeente Leek), waar het aansluit bij de 11 vuren in de
Drentse gemeente Noordenveld.
Het grootste aantal in Groningen had de gemeente Hoogezand-Sappemeer, met 10
paasvuren in zijn buitengebied.
In Drenthe zijn
overal paasvuren te zien, met een grotere dichtheid naar het zuidoosten. De
gemeenten Coevorden en Emmen verstrekten vergunningen aan twintig of meer
paasvuren. En ze weigerden óók nog aanvragen.
Het Drents areaal
sluit goed aan bij de paasvuren in Overijssel. Het optimum ligt in Twente, waar
de gemeente Tubbergen meer dan honderd paasvuren en vuurtjes telde. De gemeenten
Losser, Wierden en Denekamp hadden respectievelijk 39, 25 en 21 goedgekeurde 'poasboakens'.
De westelijke grens van de paasvuren in Overijssel loopt thans van de buurtschap
Basse (gemeente Steenwijk) naar Kamperzeedijk (Gemeente Genemuiden).
Het Overijsselse paasvuurgebied zet zich over de IJssel voort in Gelderland,
terwijl de Twentse paasvuurglorie doorloopt in de Achterhoek.
In Gelderland ligt de
grens van het Nederlands areaal. De oostelijke Veluwe en de Achterhoek vormen
een redelijk aaneengesloten kerngebied, maar daarbuiten verdwijnt de
paasvuurtraditie - op enkele enclaves in het rivierengebied na. Het paasvuur te
Otterloo (gemeente Ede) vormt de westgrens op de Veluwe. De gemeente Heerde
meldt wel 23 paasvuurvergunningen, maar Zelhem scoort het hoogst met 27
paasvuren. Het grote paasvuur daar trekt 2500-3000 bezoekers.
Nederlands' grootste
paasbult wordt echter geclaimd te IJzerlo (gemeente Aalten).
De zuidelijke grens wordt gevormd door de gemeenten Nijmegen (een paasvuur) en
Groesbeek (vier vuren). Ongeveer op dezelfde lijn ligt het geïsoleerde paasvuur
te Rossum (gemeente Maasdriel).
In de uiterwaarden
van de Waal vinden we het enige paasvuur in de gemeente Gendt. De andere enclave
is de gemeente Kesteren, die een paasvuur meldt bij Lede en Oudewaard.
Het meest westelijk gelegen paasvuur van 1999 ligt dus te Rossum. Tenzij …we een
'export'-paasvuur meerekenen, dat vanaf 1985 in het Utrechtse Driebergen wordt
aangestoken. Het wordt als buurtpaasvuur gebouwd door de familie Dubbelboer, die
deze noordelijke traditie meenam bij hun vertrek uit het geboortedorp Eerste
Exloërmond in Drenthe. Het is in Driebergen nu traditie geworden. Daarom is dat
toch het meest westelijk gelegen, echte paasvuur (Overigens zijn op identieke
wijze met de Europese emigranten ook paasvuren in Amerika ingevoerd).
Het beeld van de
traditionele paasvuren in Nederland wordt steeds duidelijker. Het
verspreidingsgebied is ook ruimer dan in 1999 bij de gemeente-enquête naar voren
kwam.
Per april 2000 weten we nu dat de zuidelijke grens van het paasvuurgebied verder
reikt dat tot Groesbeek. Het zuidelijkste paasvuur ligt in de gemeente Sint
Anthonis (Noord-Brabant). Met Pasen 2000 brandt daar voor de 28ste keer een
paasvuur, dat samen met de Westerbeekse Dorpsraad wordt georganiseerd.
Ook de westelijke grens van het paasvuurgebied loopt verder Friesland in dan we
dachten. In de gemeente Weststellingwerf worden met Pasen 2000 tien paasvuren
ontstoken. Het meest westelijke paasvuur in Friesland ligt bij Oldelamer, ca. 5
km ten westen van Wolvega.
(Met dank aan de familie van der Heijden en de lokale omroep Radio
Weststellingwerf Centraal te Noordwolde, 22 april 2000)
Gemeentelijk beleid
Uit het onderzoek blijkt dat men wel zoekt naar een goede oplossing om de oude,
gewaardeerde traditie en de strenge milieuregels niet met elkaar te laten botsen.
In sommige gebieden verbiedt men de paasvuren nog gewoon, vanwege slechte
ervaringen in het verleden. 'Over en uit', is de boodschap. Zeker is wel, dat
dit in de Kop van Overijssel en op de Noord-Veluwe bijgedragen heeft aan het
verdwijnen van de traditie.
Een ander knelpunt vormt het verschil aan inzicht, van wat onder een paasvuur
moet worden verstaan. In sommige gemeenten telt alleen het grote, centrale
paasvuur met omlijstende activiteiten als muziek, optocht en dergelijke. De
kleine buurtvuren mogen dan geen paasvuur heten. Daar krijgen particulieren ook
geen vergunning, uitsluitend verenigingen of stichtingen. Elders wordt dat
particulier initiatief om voor familie en buren met snoeihout een paasvuurtje te
stichten, juist gezien als de kern van het oude gebruik.
Overal wordt goed gecontroleerd op brand- en milieuvoorschriften. Nochtans menen
enkele gemeenten dat het aantal paasbulten moet minderen; anderen houden zich
aan een zelf vastgesteld maximumaantal paasvuren (Vlagtwedde: niet meer dan zes).
Ten dele om die controles niet te bewerkelijk (en dus duur) te laten worden,
want paasbulten liggen vaak ver weg in het buitengebied. Deels omdat men zelf
uitmaakt wat een traditioneel paasvuur is en wat niet.
Gemeente Haren (Gr.)
wil niet meer paasvuren zien dan "die twee van oudsher". De gemeente Bedum wijst
mondelinge verzoeken af, mede "omdat het in Bedum geen traditie is".
Overigens is er een grote verscheidenheid in aanvragers van
paasvuur-vergunningen. Behalve de particulieren (soms voor de buurt of straat),
ook gemeentewerken zelf, campings, jeugd- en jongerenwerk, buurtverenigingen,
boermarken, verenigingen voor volksvermaken, historische vereniging,
paasvuurstichtingen, ver. Plaatselijk Belang, st. Cultureel Werk,
sportverenigingen, de Ootmarsumse 'Poaskearls', kogelwerpvereniging, afdeling
KPJ, festiviteiten-comité, hoveniersbedrijven, transportbedrijven, cafés,
plaatselijk cultureel collectief, noem maar op. Het tekent een breedgedragen en
diepgewortelde traditie. Dat blijkt ook uit de bijzondere aandacht voor het
officieel ontsteken van paasvuren. Deze eretaak is vaak toebedeeld aan lokale
autoriteiten en aan mensen "die het verdienen". Ook het gezamenlijk laten
aansteken door een kring van kinderen (na de fakkeloptocht) is plaatselijk
gebruik.
Een nieuw
verschijnsel is dat bepaalde gemeenten de paasvuurtraditie wel in ere willen
houden, maar dan meer als "sociaal gebeuren". Een groot centraal paasvuur,
gebouwd door een aparte stichting, commissie of vereniging, waar de gemeente
goed mee kan samenwerken. Er mag ook best een wedstrijd aan vast zitten hoe
groot, mooi en deftig de paasbult wordt. Met de kleinere buurtvuren is het dan
afgelopen.
Tijdens de enquête
bleek, dat er stemmen opgaan om in gemeenten waar paasvuren uitgebannen werden,
tòch weer opnieuw te beginnen met die traditie. Maar dan meteen goed geregeld
vanaf het begin.
Hoe dan ook -
paasvuren vormen een levend 'oud gebruik', dat op veel steun kan rekenen in het
traditionele paasvuurgebied in Noordoost- en Oost-Nederland. Daarbuiten moet de
traditie zich eerst bewijzen, zoals in Driebergen. Ook 'nieuwelingen' (import)
uit andere delen van Nederland, moeten de paasvuurtraditie leren kennen. De paar
klachten (bij ca. 1% van alle vuren) over rook en roet komen vooral van deze
categorie.
De vorm van de
traditie kan zich aan nieuwe ontwikkelingen aanpassen, zij het soms schoksgewijs.
Er is voorzichtig vraag naar het opnieuw invoeren op plaatsen waar paasvuren 'streng
verboden' geworden zijn. Een goed teken is ook, dat paasvuren op internet zijn
te vinden. Trotse paasvuurbouwers en trotse dorpen laten de wereld 'hun'
paasvuur zien! Het oude gebruik blijft leven.
Jan Tuttel
(Eelde/Dr. maart 2000)
|