|       |
Noorderlicht
Zeldzaam
sprookjesachtig Sprookjes
bestaan niet en toch zijn ze d'r. Boeken vol zelfs. Zeldzame
hemelverschijnselen bestaan wel -de hele hemel vol zelfs- en toch kun je
ze missen. Het Noorderlicht van 7 op 8 april was zo'n verschijnsel.
Slechts bij uitzondering is het in Nederland te zien. Heel
vroeger heb ik het gezien, wellicht in 1957 (het Internationaal Geofysisch
Jaar), want toen was het ook raak bij ons. Reizigers naar verre
noordelijke contreien kennen het fenomeen wel. In Alaska en in Lapland
adverteert men er mee: Hier kun je het mooiste Noorderlicht aanschouwen.
Je zit er bovenop, dat wil zeggen: het straalt pal boven je. Nu is dat
'pal' boven je wat overdreven, want het Noorderlicht (poollicht) begint
pas ca. 90 km hoog en kan tot wel 960 km hoogte uitstralen. Het
fluorescerend oplichten van de gasdeeltjes in de kleuren rood, groen, geel
en violet in de buitenste regionen om de aardkloot, komt door het 'er in
knallen' van hoge energiedeeltjes die de zon loslaat. Door onze
magnetosfeer worden ze afgebogen naar de polen (noordpool en zuidpool doen
hetzelfde: Noorderlicht en Zuiderlicht). In de ionosfeer in de buurt van
de polen raken de zuurstof- en stikstofdeeltjes dan aan het kleuren. Vaker
rond de voor- en najaarsevening dan in midzomer of midwinter. Alleen bij
hogere activiteit van de z.g. zonnevlekken, wat om de elf jaar gebeurt,
wordt het poollicht heviger en reikt verder zuidwaarts. Het jaar 2000 is
zo'n druk zonne-electronenjaar, vandaar dat thuisbezorgde natuurwonder. Ik
hoop op een herkansing. eerder verschenen in 't Nieuwsblad van het Noorden, 22 april 2000
Copyright 1995 - 2008 Han Tuttel. All rights reserved.
|