De temperatuur in mei is boven de 20°C. geweest: de meikevers kunnen komen. Vorige
week bromden er drie boven mijn kop, in het licht van de buitenlamp van de vakantiebungalow
in de Eifel. Die grote stommelig-vliegende insecten beginnen na de schemering te vliegen en
trekken op het licht af. Ze zijn er wel degelijk, wat Reinhard Mey ook mag zingen. Zijn
muziekuitgeverij is trouwens naar 't succesnummer 'Es gibt keine Maikäfer mehr' vernoemd.
Het sonore gebrom van die vliegende meikevers bracht 'de lijst van schoolmeester Bolman' te Uffelte
terug in gedachten. In De Meidoorn (natuurhistorisch maandblad voor
buitenvrienden) van december 1932 plaatste Bolman een lijst van streeknamen van planten en dieren, zoals zijn
leerlingen die gebruikten. Een halve eeuw later ging ik na, wat daar nog van bekend was. Via
vele natuurbladen, radio, TV en Teletekst is toen een oproep gedaan. Dat leverde jarenlang
interessante correspondentie op en een uitgebreide verzameling volks- en streeknamen uit alle
windstreken. Enkele planten en dieren sprongen er uit wat de variatie aan streeknamen betreft.
Daar zat de meikever ook bij. Vroeger een veelvoorkomende beest; de bomen zaten vol als we 's
ochtends naar school gingen. Een trap tegen de stam of een stok door de takken en ze ritselden
naar beneden. We stopten ze in een luciferdoosje, maar vaker in een jampot met gaten in 't deksel
en wat eikenblad erin als voer. Meikevers vreten jong meiloof.
Hun grote larven, de engerlingen, leven jarenlang ondergronds en vreten wortels van planten.
Hele grasmatten worden zo gesloopt. De Drienerlose Hockeyclub (TH Twente) was in 1984 nog
maar net opgericht, toen hun veld al opgevreten was. Kunstgras bracht uitkomst. In Duitsland
was in de jaren negentig plaatselijk sprake van een toename van de insecten. Doodspuiten met
liederlijk zwaar vergif gebeurt niet meer.
Lokaal worden 's ochtends de trage meikevers verzameld en opgevoerd aan varkens,
hoenders of zelfs aan kraaien en meeuwen. Men werkt ook via begroeiingsystemen, biologische bodemmaatregelen en met fijne netten om de
insectenzwermen op te vangen.
Engerlingen en meikevers blijven ongewenste
veelvraten.
Niet dat je dat in de bijnamen terugziet. Ze heten in Drenthe eekmulder en ekkelbieter, in Twente
en in de Achterhoek ekkelfrans, ekkeltinus, ekkeltôkse, ekkelworm, oakenbrood, ekkelteve of
ekkeltieuwe en ook bromwörme of ekkelbrommer. Veel 'eik' in de bijnamen dus. Uit
Zuid-Beveland hoorde ik de volksnaam roenkel (roenken is brommen of snorren). De Brabantse en
Limburgse volksnamen luiden hegmulder, mulder en meuleneer, vanwege het bepoederde
(meelbestoven) uiterlijk. Vooral jonge meikevers hebben dat. Een beukenheg in oostelijk
Brabant is een 'mulderheg'. Het opmerkelijke is de omkering in bijnamen: 'hegmulder' werd een
schimpnaam voor een molenaar die zijn zelfstandigheid had moeten opgeven. Wie weet sluit het
aan op het Bargoens.
In dat boevenjargon staat meikever voor schooier, zwerver. In tegenstelling tot de echte meikevers kun je hen geen 'poot uitdraaien'. Overal kende men het spelletje om een
eindje naaigaren aan een poot van de meikever te binden. Hij vloog dan rondjes of je rende met
hem mee. Vaak ging het pootje er wel af.
Kijk en luister 's avonds bij het buitenlicht of er meikevers rondsnorren. Zo'n eekmulder moet
zes pootjes hebben.
Jan
Tuttel
eerder
verschenen in 't Nieuwsblad van het Noorden, 09 mei 2000
makelaars
huis (ver)kopen? RE/MAX
Makelaars maken het MAXimale mogelijk!
[ www.remax.nl
| www.remax.com ]
Copyright 1995 - 2008 Han Tuttel. All rights reserved.
This material may not be published, broadcast, rewritten or redistributed in any form, including digital,
without the prior consent and written agreement by the author.